Anna Bijns Prijs is een literaire onderscheidingWinnares van de Anna Bijns prijsDe genomineerden voor de Anna Bijns PrijsDe JuryDebatHet bestuur van de Anna Bijns StichtingPersberichten Het archief van de Anna Bijns StichtingContact met de Anna Bijns Stichting
subnavigatie
Meer archiefmateriaal archiefmateriaal 1999archiefmateriaal 1997archiefmateriaal 1995archiefmateriaal 1993archiefmateriaal 1991archiefmateriaal 1989archiefmateriaal 1987archiefmateriaal 1985de winnares van 1991juryrapportde jury van 1991het bestuur van 1991

Christine D'Haen winnaar Anna Bijns Prijs 1991

Christine D'Haen is op 25 oktober 1923 geboren en overleed op 85-jarige leeftijd op 3 september 2009. In 1958 bundelde ze haar debuutgedichten in Gedichten (1946-1958). Ze schreef De wonde in 't hert (1988), een biografie over Guido Gezelle, bundelde 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige letterkunde en publiceerde naast vele andere bundels in 1989 de dichtbundel Mirages dat algemeen beschouwd wordt als een poëtisch hoogtepunt. In datzelfde jaar verscheen haar prozadebuut Zwarte sneeuw. Haar verrassend vernieuwende en ontwrichtende proza werd in 2004 verzameld uitgegeven onder de titel Uitgespaard zelfportret. Ze vertaalde ook naar het Engels, zoals gedichten van Gezelle en van Hugo Claus, en in het Nederlands, zoals toneelwerk van T.S. Eliot. In 1992 ontving zij uit handen van koningin Beatrix de Prijs der Nederlandse Letteren, een jaar nadat zij de Anna Bijns Prijs kreeg uitgereikt. Haar laatste bundel Inisfree (2007) werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs.

Uit het juryrapport:

"Al het werk van Christine D'Haen geeft blijk van een ongewoon vormbesef. Of zij nu korte haikoe-achtige maangedichten schrijft of in lange ademloze regels een tuin tot leven wekt, haar beheersing van vrije en gebonden verzen, van ritme en metriek, van rijmschema en strofebouw is weergaloos. In een tijd waarin de vormeloosheid van vele experimentele gedichten of kale minimal art van veel spreektalige poëzie het voor het zeggen leek te hebben, is het haar verdienste geweest een dichtkunst van verheven formaat weer in ere te hebben hersteld. Haar poëzie kenmerkt zich door een ongewone eruditie, een groot poëzie-technisch vernuft, een enorme taalrijkdom en een vrouwelijke verbeeldingskracht van een ongeziene zinnelijke en zintuiglijke geladenheid."

Musa

Wil, wereld, mij ontzien mijn Musa, blind.
Zij droomt voorwoordelijk in gedachtekrocht
waar woord om woord mijn oordeel haar bevocht
die onbetwijfelbaar is maar ontzind.

Hoe luid en onwelluidend uw geluid!
Onhoorbaar, ongezien haar spraak van puur
cerebrum in formules van azuur,
die het metrum van het bloed der mieren duidt.

Eonen duurt de passie van haar les:
van zoen en glimlach van de Vorst beroofd
klemt in haar keel onuitbaar overtal.

Hoe taal gepuurd uit onbestuurd gelal?
Natuur, gij voedt alleen wie neemt, onthoofd
Saïs'godin en Brigid de druïdes.