Josepha Mendels (1902-1995) werkte als journalist en als toneel- en filmactrice. Ze debuteerde in 1947 met de roman Rolien en Ralien. In 1988 gaf Meulenhoff een bundel uit: Alle verhalen.
Uit het juryrapport: 'Een oeuvre dat zich onderscheidt door originaliteit, vakbekwaamheid en de aanwezigheid van een specifiek vrouwelijke stem.' Alleen zulk werk komt - aldus het juryreglement in 1986- in aanmerking voor de Anna Bijns Prijs. En al deze hoedanigheden bezit het proza van Josepha Mendels.
Uit: Welkom in dit leven (1981)
(...) sommige mannen zijn net als vaderdieren, die van hun kinderen niets willen weten. Dat is het soort dat eigenlijk net op het nippertje door het examen MENS is gekomen, dat beter niet had kunnen slagen.'
Een vrouwelijke stem is uiteraard niet per definitie oorspronkelijk. Maar wie, zoals Josepha Mendels, vrouwenfiguren schept die aan de traditie ontkomen met behoud van de eigen zuivere stem, voldoet alleen daardoor al aan de gestelde eis van originaliteit. De stem van Josepha Mendels doorbreekt op geheel nieuwe wijze het langzamerhand levensgevaarlijke element in de traditie dat hier nog niet werd genoemd: dat van de slaafse onderworpenheid.