Hanny Michaelis werd in 1922 geboren in Amsterdam en overleed op 84-jarige leeftijd op 11 juni 2007. Haar eerste gedichten verschenen kort na de oorlog in tijdschriften, waaronder Criterium. Tussen 1949 en 1971 publiceerde Michaelis zes gedichtenbundels: Klein voorspel (1949), Water uit de rots (1957), Tegen de wind in (1962), Onvoorzien (1966, Jan Campertprijs), De rots van Gibraltar (1969) en Wegdraven naar een nieuw Utopia (1971), die keer op keer moesten worden herdrukt. In 1989 verscheen Het onkruid van de twijfel, een keuze uit eigen werk, in 1996 Verzamelde gedichten. In 2002 publiceerde zij haar jeugdherinneringen in Verst verleden. J.J. Voskuil maakte een bescheiden keuze uit haar dichtwerk (2005).
Uit het juryrapport:
Haar gedichten zijn dikwijls gedichten van de herinnering, herinneringen aan het geluk van voorbije liefdes. Maar meer nog dan over ongelukkige en voorbije liefdes in het leven gaan ze over het leven zelf. Hoe overleef je het leven? Het dichterlijk oeuvre van Hanny Michaelis is een zoeken naar het antwoord op deze vraag. (...) De bedrieglijke eenvoud van een Michaelisgedicht: een uitgepuurde inhoud in een eenvoudige vorm. Terloops worden de diepste wijsheden gedebiteerd. (...) De kracht en eenvoud van de zegging overwegen op beelden of poëtische constructies. Haar poëzie is strak, onopgesmukt, onverbloemd maar van een zuivere essentie, een oosterse ascese, een onderkoelde emotionaliteit. Het thema van haar poëzie is 'de ondraaglijke lichtheid van het bestaan' en de worsteling met liefde en machteloosheid. Hanny Michaelis weet echter deze opvatting over het leven heel speels en herkenbaar te brengen.
Uit: Tegen de wind in (1962)
Het bladerloze licht
van een herfstdag zonder wind
maakt oude mensen
ontroerend mooi.
Doordat zij de worsteling
met het verval al lang
hebben gestaakt en spiegels
niet meer vrezen, zijn zij
broos geworden en doorschijnend
als gesponnen glas met de zachte
mysterieuze glans van zilver.