Anna Bijns Prijs 2007

Winnares:
Wanda Reisel, Witte liefde

Genomineerden:
Casino van Marja Brouwers (De Bezige Bij)
De waar gebeurde geschiedenis van Victor en Clara Rooze van Kristien Hemmerechts (Atlas)
Zuidwester meningen van D. Hooijer (Van Oorschot)

Jury:
Hans Maarten van den Brink
Marjolijn Februari
Kees ’t Hart
Arie Storm
Fleur Speet

Juryrapport Wanda Reisel, witte liefde:

De jury had het moeilijk. De oogst voor de Anna Bijns Prijs 2007 was misschien niet bijster groot, maar wel heel goéd. De juryleden konden daardoor maar moeilijk kiezen. Ze stuitten op aangename verrassingen. Op auteurs die proberen het doorsneeproza te ontvluchten met vermakelijke ironie. Op auteurs die het huiskamerproza een nieuwe wending geven met absurde omstandigheden. Op auteurs die in een trefzekere stijl cultuur en samenleving becommentariëren, en zo de lezer uitdagen. De juryleden stuitten kortom op auteurs die de lat zo hoog mogelijk leggen en die daar met ogenschijnlijk groot gemak, zonder dat de lat ook maar enige trilling vertoont, overheen springen. Vandaar dat de jury tot een groot aantal genomineerden kwam, maar liefst zeven auteurs zijn in hun ogen weergaloze hoogspringers: Marja Brouwers met Casino, Kristien Hemmerechts met De waar gebeurde geschiedenis van Victor en Clara Rooze, Margriet de Moor met De verdronkene, Marja Pruis met De vertrouweling, D. Hooijer met Zuidwester meningen, Wanda Reisel met Witte liefde en Maria Stahlie met Galeislaven.

Toen de jury beraadslaagde over wie van deze auteurs de meest indrukwekkende sprong waagde, vlogen opnieuw vragen, meningen en argumenten over tafel. Het kiezen uit zoveel kwaliteit was vooral zo moeilijk omdat ieder van de genomineerden uitblinkt in een eigen genre.
Er lag een geëngageerde roman op tafel van Marja Brouwers, die als een moderne Houellebecq een genadeloos kritisch én ambitieus tijdsbeeld geeft van de jaren vijftig tot heden en daarmee een huiveringwekkend beeld schetst van individuele leegte en wanhoop. Haar personages zijn geen bordkartonnen illustraties bij een debat, maar levende, dubbelzinnige en interessante figuren, in wie we veel van onszelf kunnen herkennen.
Daarnaast was er dat meesterstuk van Kristien Hemmerechts, de roman over de roman, waarin de auteur buitengewoon intelligent én humoristisch de grenzen van het betamelijke blootlegt; wat mag een schrijver van zijn eigen werkelijkheid annexeren? Hemmerechts’ inzet bij het beantwoorden van deze vraag is bijzonder groot, terwijl haar aanpak toegankelijk blijft en haar toon verleidelijk licht. Dat komt vooral door die ongekunstelde, krachtige en ironische zinnen, waarmee de schrijfster blijk geeft van uitzonderlijk schrijfgemak.
Maar dan. Margriet de Moor schreef een historische, plotdriven roman, een tweeluik over de watersnoodramp van 1953, waar bij weten van de jury nog niemand eerder over geschreven heeft en waarin vooral de details zo uitblinken – dat recept voor pannenkoeken, dat door de aan een kluit drijvende hoofdpersoon nooit meer geproefd zou worden. Bijna Dickensiaans toont De Moor haar grote compositorisch vermogen, waarin tegenstellingen tussen personages, plaatsen, tijdperken, tussen sociale klassen en levensstadia met elkaar in verband worden gebracht zonder dat de constructie afbreuk doet aan de dramatische kracht van elke scène afzonderlijk.
Er lag een spannende vriendschapsroman van Marja Pruis, over de eigenzinnige verdwijning van een vriendin. Een boek dat zo soepeltjes en volmaakt geschreven is dat het jaloezie oproept. De vrienden blijken elkaar minder goed te kennen dan ze dachten, in welk sfeervol decor – Engeland, Amsterdam en Den Haag – zij zich ook bevinden.
Hoe raspend en rauw waren dan de miniaturen van D.Hooijer, waarin met serieuze ironie de bodem van treurige levens wordt geraakt. Wat een hoogstandje in taal; stamelend, rauw, op het botte af, vol raadselachtige woordspelletjes, direct en kortaf, zo zijn deze verhalen geschreven. Zo, dat hoogst eigenaardige hersenspinsels vanzelfsprekend worden.
Weer anders waren de psychologische, strevende verhalen van Maria Stahlie, die excelleert in kinderlijke vindingrijkheid. Ieder verhaal blinkt uit in speelsheid. Door de humoristische herhalingen, die een mythische cadans verlenen en het vertelde monterheid verschaffen. Door de frisse, wat bevreemdende observaties. Door het dartele spel met metaforen, die de auteur graag letterlijk neemt. En door de onverwachte wending die zij aan haar verhalen weet te geven.

En toch. Toch moest er één winnaar aangewezen worden. De blik van de jury viel op een perfecte ansichtkaart, ondertekend door Ro Weller. Aan de ene kant een foto van een jonge, aantrekkelijke vrouw wier sjaal wappert in de wind terwijl zij zich in een auto bevindt die door een gelukkig uitziende, gebronsde man bestuurd wordt. Alles op de foto straalt warmte uit; de palmen, de zon, maar vooral de twee mensen, die een stiekeme verbintenis lijken te hebben. De fotograaf legde slechts een fractie van het verlangen vast, en dat maakt nieuwsgierig. Aan de andere kant in dikke lijnen van een sterk handschrift: ‘Wat een toestand in Marokko’. Het was deze cynisch-nuchtere constatering van Ro Weller die de jury overtuigde, dit wijze, mij-maak-je-niets commentaar op een zinderende, prille liefde.
Aan Witte liefde, waarin Ro schittert als de jonge, aantrekkelijke vrouw van de foto, is zo ontzettend veel – om niet te zeggen álles – goed. Het vertelperspectief is gedurfd: we kijken door de ogen van een dode. Sterk contrasteert daarmee de montere en nuchtere verteltrant van deze dode, die verhaalt over een buitenechtelijke liefdesaffaire waar ze als hoofdrolspeelster bij betrokken was in de jaren vijftig op Curaçao. De rauwe stem van de dode Ro maakt de stem van de dertiger des te naïever en aandoenlijker. Sterk in contrast daarmee staat de stem van Bob, de minnaar, die afstandelijker, maar tegelijk minstens zo hevig in zijn verlangen verstrikt raakt. Witte liefde gaat daarmee over overspel, maar ook over echte liefde, intense verliefdheid, over trouw en over de onmogelijkheid van het huwelijk. Het is geen conventioneel liefdesverhaal, allesbehalve. Het laat de complexiteit van verlangen zien, het trillen en rillen dat daarbij hoort. Witte liefde is een psychologische liefdesroman met surrealistische trekjes, die de verliefdheid versterken. Zoals de dromerige tocht door de Curaçaose onderwereld een letterlijk tasten in het duister is voor de personages. Vakkundig versterkt Reisel de tegenstellingen. Zo blinkt ze uit in het oproepen van het grijze Nederland, nadat ze het leven op het zonnige Curaçao beeldend en bijna paradijselijk heeft neergezet.
Witte liefde is niet alleen een aantrekkelijk zintuiglijk boek, maar ook nog eens een roman die voortreffelijk verzorgd is in zijn stijl. De woordkeus is precies, puur en prachtig. In alles is Witte liefde van Wanda Reisel een winnaar.

De juryleden kozen ieder een favoriet fragment uit deze roman. Tezamen vormen deze stukken het complete juryrapport.