Jury rapport 2012

Vierentwintig maal werd tussen 1996 en 2008 een AKO of Libris Literatuurprijs uitgereikt en vierentwintig maal was de winnaar een man. Wat de betekenis is van dat kolossale gat tussen de bekroning van Connie Palmen (De vriendschap) en die van D. Hooijer (Sleur is een roofdier), valt moeilijk te zeggen. Kon de Nederlandse man ineens beter schrijven dan vroeger? Voelden de jury’s zich gedwongen tot positieve discriminatie? Moest de overvloedige bekroning van mannenromans de heren teruglokken naar de boekwinkel, die steeds meer de trekken van een vrouwenkamer kreeg. Of was het allemaal toeval?

Hoe dan ook: op de bekroning van Hooijer volgde later ook nog die van Doeschka Meijsing met de AKO-prijs 2008 en die van Marente de Moor, die dezelfde prijs in 2011 won. Er lijkt dus weer enige sprake van evenwicht, of voor de wantrouwenden: de mate van bevoordeling van mannen lijkt iets af te nemen.

Intussen is de blijvende oververtegenwoordiging van auteurs met veel testosteron bij jaarlijkse prijzen een zegen voor de jury van de Anna Bijns Prijs 2012. Want wij voelen ons een kind in een snoepwinkel, waarbij vrijwel alle klanten gefixeerd zijn op de kaneelstokken en trekdrop, terwijl er bakken vol overheerlijke bonbons, honingdrop, zuurtjes, toffees, lolly’s, zwart op wit, winegums en zelf roomboterbabbelaars in de winkel liggen. Hoe meer de andere prijzengevers zich laten leiden door mannenliteratuur, hoe meer van de andere boeken door ons onder de aandacht gebracht konden worden. Want los van de – niet door iedereen gedeelde – gedachte dat de Anna Bijns Prijs om emancipatoire gronden zinnig is, blijft dat een van de voornaamste taken van een literaire jury: het aanwijzen van mooie boeken waarvan nog onvoldoende de lof is gezongen. Waarbij de lange looptijd van deze prijs ook nog eens maakt dat alleen het werkelijk goede werk ertoe doet: de zesjes en zeventjes vallen dadelijk af.

We hadden veel om uit te kiezen: 105 tussen 1997 en 2011 door een vrouw gepubliceerde romans en verhalenbundels werden ingezonden. We hebben ons er alleen door uiterste zelfdiscipline niet misselijk aan gegeten. En toen we uit de tientallen uitstekende boeken op onze lijsten eenmaal zes prachtige genomineerden hadden gehaald – originele, scherpzinnige en mooie boeken – bleek zelfs dat de drie genoemde, met grote jaarprijzen bekroonde boeken er niet bij zaten. Daarbij moet overigens gezegd worden dat de Anna Bijns Prijs niet postuum kan worden toegekend en dat we de dit jaar gestorven Doeschka Meijsing dus niet konden bekronen.

De zes genomineerde boeken wisten ons vooral te bekoren door hun oorspronkelijkheid – of dat nu in de stijl was, in het onderwerp, de personages of de symboliek. En bij voorkeur dat allemaal tegelijk, natuurlijk. Wij gingen van dictatuur tot dierenactivisme, van verslavende liefde tot verslavende ruzie en wij zagen allerlei dingen onder ogen die we liever niet van onszelf geweten hadden.

Saskia de Coster: Dit is van mij (2009).

Spelend met werkelijkheidservaringen vertelt Saskia de Coster in Dit is van mij een bizar verhaal over een man, die zich niet kan bevrijden van de verslavende liefde voor een ongrijpbare vrouw. Bestaat ze eigenlijk wel echt? Of spookt ze alleen door zijn fantasieën en dromen? Alles staat genoteerd in een even sober als kortaf proza vol aanstekelijke beelden, dat afstuurt op een verrassende ontknoping. Daarbij raakt men te midden van de uitdagende afwisseling van surrealisme en alledaagsheid hoe dan ook intiem betrokken bij het wel en wee van die ongewone personages in deze telkens zo ontregelende roman.

 

Minke Douwesz: Weg (2009).

‘Verliefd worden is makkelijk, samenleven stelt zijn eisen, uit elkaar gaan is het moeilijkste wat er is,’ staat op de achterflap van Weg (2009), de tweede roman van Minke Douwesz. Inderdaad. Ooit woonden gynaecoloog Edith en activiste Norma vreedzaam samen in hun dijkhuisje, maar die tijd is wat Edith betreft voorbij. Omdat zij eigenaar is van het huis, moet Norma dus weg. Maar ze gaat niet. Geen detail wordt ons bespaard in de zenuwenoorlog die volgt – en als lezer wil je al snel ook geen detail missen. Weg is spannend, slim en uiterst verslavend.

 

Elke Geurts: Lastmens (2010).

Veel opsmuk heeft Elke Geurts niet nodig om de lezer van de drie verhalen in haar tweede boek Lastmens klem te zetten. In het briljante titelverhaal besluit een jonge moeder haar kind voor te houden dat zij niet langer ‘mama’ is, maar een au pair. In kleine stapjes word je door Geurts ongemerkt een wereld ingetrokken waarin niets meer zeker is en waar alle onbetamelijke gevoelens en gedachten die we zo vaak verborgen proberen te houden, ineens in het volle licht komen te staan en op je netvlies gebrand blijven.

 

Vonne van der Meer: De vrouw met de sleutel (2011).

Zo op het oog is De vrouw met de sleutel, verschenen bij de viering van het 25-jarig schrijverschap van Vonne van der Meer, een eenvoudige roman over een vrouw die zich verhuurt aan eenzame mensen om hen te komen voorlezen. Maar het bijzondere aan Van der Meers sterk geschreven en geraffineerd gecomponeerde boek is dat het tegelijk een onderzoek is naar de werking van verhalen, naar hoe ze werken en naar wanneer literatuur het uiteindelijk aflegt tegen de werkelijkheid.

 

Charlotte Mutsaers: Koetsier Herfst (2008).

Wie de Nederlandse literatuur tussen 2007-2011 beziet, kan niet om Koetsier Herfst (2008) van Charlotte Mutsaers heen. Haar eerste roman in veertien (!) jaar werd met veel enthousiasme ontvangen – en terecht. Eenzame Maurice met zijn writer’s block valt voor dierenactiviste Do van het Lobster Liberation Front. Mutsaers vertelt haar – het bijvoeglijk naamwoord ‘originele’ schiet hierbij tekort – verhaal soepel en met veel vaart in taal die flonkert en sprankelt. Op virtuoze wijze worden haast terloops wezenlijke kwesties over de actualiteit, de kunst, en leven en dood aan de orde gesteld. Een ware tour de force.

Carolina, Trujillo: De terugkeer van Lupe García (2009).

De terugkeer van Lupe García is een fascinerend boek over mensen na de dictatuur in Uruquay. In een schitterende en meeslepende stijl beschrijft Trujillo de pogingen tot afrekening van jonge mensen met de voormalige dictators. De hoofdpersonen zijn antihelden, ze snuiven, prikken en slikken en de lezer betwijfelt of hun doel ooit wordt bereikt. Trujillo heeft in dit boek de sleetse begrippen liefde en trouw een nieuwe dimensie gegeven. Daardoor worden losers winners al is de prijs die ervoor wordt betaald hoog. Een boek dat niet alleen groot leesplezier maar ook hoop geeft.

 

Zes prachtboeken, maar het kan altijd beter, of preciezer: we hebben een winnaar. Niet zonder slag of stoot, maar met volle overtuiging hebben we gekozen voor de roman die we maar niet neer konden leggen, die ons dagenlang op de voet leek te volgen. Een boek waarin het leven erg lijkt, maar waarin het altijd nog erger blijkt te kunnen – juist omdat mensen zo slecht in staat zijn het goede voor zichzelf te doen, en al helemaal om vervolgens eerlijk te vertellen wat ze is overkomen en wat ze anderen hebben laten overkomen.

De Anna Bijns Prijs 2012 gaat naar Weg, van Minke Douwesz, juist omdat het boek maar niet weg wilde gaan. De hoofdpersonen zetten zich vast in onze hoofden. De roman begint als een overzichtelijk verhaal over een worstelende promovenda met problemen thuis en een oogje op de bibliothecaresse. In Douwesz’ handen wordt dat met ijzige precisie veranderd in een relaas over twee vrouwen die elkaar gevangen houden. Niet toevallig laat Douwesz haar hoofdpersoon in de eerste alinea de volgende zin opschrijven: ‘Seksualiteit is voor sommige meisjes wat een leeuw is voor een kudde grazende gazellen: zodra het gevaar aan de horizon opdoemt, stoppen zij met eten.’ Bevriezen in het aangezicht van het gevaar, dat is wat Edith en Norma doen, elk op eigen wijze.

Daarbij grijpt Douwesz de lezer in gefascinerende verbijstering. Eerst weet ze met elke nieuwe scène de verhouding tussen Edith en Norma nog beklemmender te maken, zodat je vanzelf gaat smachten naar het moment dat deze vrouwen zich van elkaar gaan bevrijden. Maar als Kaat de relatie dan eindelijk beëindigt, blijkt dat de opmaat voor een periode van nog veel pijnlijker verbondenheid. De durf waarmee Douwesz haar personages in elke scène nog wat verder in de misère duwt, maakt Weg tot een fascinerend, spannend en razend knap boek.

Daar komt bij dat de nuances in deze vechtscheidingsroman langzaamaan verschuiven. Ben je in het begin vooral geneigd de één als een zeur te beschouwen die te veel vraagt, naarmate het verhaal vordert denk je steeds vaker dat het echte probleem is dat de ander niet in staat is iets substantieels te geven. Intussen gaat Douwesz nadrukkelijk de dialoog aan met grote voorgangers, de negentiende-eeuwese Russen vooral. Een van de lijnen in Weg is een verhaal in Tsjechowstijl dat Edith samen schrijft met Loes, de bibliothecaresse op wie zij een oogje heeft. Dat verhaal slaat tegelijkertijd een brug met het literaire verleden en met de onuitgesproken verlangens van deze twee vrouwen. Een actuele bijrol in deze rijke roman is voor de Fortuyn-revolte, die zich op de achtergrond voltrekt. Die omwenteling ging voor typische linkse mensen als Douwesz’ personages óók over het verlies van vanzelfsprekendheden, het voegt een extra dimensie aan de roman toe – alles blijkt bij Weg in elkaar te grijpen.

Wij zijn trots de Anna Bijns Prijs 2012 te kunnen toekennen aan Minke Douwesz voor haar roman Weg.

Wouke van Scherrenburg (voorzitter)
Herman Pleij
Arjen Fortuin
Liddie Austin